close
1881—1946

Alleen, 1909

pastel
650 x 500 mm

Voor de gebruikelijke picturale onderwerpen toont de symbolist Léon Spilliaert zich onverschillig: hij trekt zich bij voorkeur terug in een eigen spirituele beeldtaal. Dat wil niet zeggen dat hij voor het alledaagse de ogen sluit. Veeleer legt hij het banale beeld, onttrokken aan het dagelijks gebeuren, vast in een obsederende, bevreemdende enscenering. De pastel Alleen is een voorbeeld van zo'n metafysisch proces. Op een hoge zolderkamer leunt een jong meisje wat verveeld tegen een stoel. Met haar spichtig uiterlijk, haar dunne benen gestoken in felblauwe kousen en het rossig haar hangend over de schouders, lijkt de opgroeiende meid zo weggelopen uit een tafereel van Edvard Munch. De plankenvloer trekt talloze sporen in haar richting en lijkt voor de toeschouwer de toegang te openen naar haar vereenzaamd hart. Maar de beklemmende eenzaamheid wordt door deze monotonie alleen maar versterkt, net als in ander werk van Spilliaert het herhalend ritme van de kust- en kadelijnen in het nachtelijk Oostende de vervreemding verhevigt. Aan een diep doorbuigende waslijn hangt een donker kleed als een onheilspellend omen tegen de vale zoldermuur. Het klimaat van verlatenheid, van wachten ook wordt op die wijze nog verzwaard met onbenoembare gevoelens van angst en dreiging. De geheime, onwerkelijke sfeer is deel van een wereld van innerlijke ervaringen, beladen met psychische spanningen en in een strikt-persoonlijke trant verwoord. Zo'n diepzinnige, individuele benadering maakt Léon Spilliaert al vóór 1910 tot één van de modernen in onze schilderkunst.

P.B.

© SABAM, 2021