close
1901—1999

Axiale oefening, 1971

inkt op papier
750 x 610 mm

Na geëxperimenteerd te hebben met typografische gedichten en éénlijnige tekeningen in de jaren 1930, vond hij zijn stijl in de “dessins à lacunes” of leemtetekeningen, waarmee hij omstreeks 1951 begon. In deze pentekeningen domineren horizontale rechte lijnen, die op verschillende afstanden van elkaar getrokken worden. Door onderbrekingen in deze lijnen ontstaan er uitgespaarde vormen die zich van de achtergrond lijken los te maken. Seuphor: “Ik trek een lijn, ik trek een andere lijn, nog een andere en nog een andere. Tussen de lijnen begint iets te trillen. In de witte ruimten krijgen de vormen hun zelfstandigheid. Het niet geschrevene wordt leesbaar, de leegte spreekt, het onbestaande blijkt met zin beladen.”

De leemtetekeningen werkte hij in honderden variaties uit. Hij speelde met de enorme rijkdom en oneindige mogelijkheden van de lijn. Onder impuls van de nieuwe generatie abstracte kunstenaars na de Tweede Wereldoorlog kregen de aanvankelijk vrij statische tekeningen zo een nieuwe dynamiek. Na de integratie van beweging, introduceerde Seuphor nieuwe technieken in zijn tekenkunst. Zo verschenen in 1954 de eerste collagetekeningen en begon hij kleur toe te passen. Zowel ingekleefde kleurelementen, als achtergronden van gekleurd papier brachten nog meer variatie en speelsheid in de reeksen. Hoewel Seuphor reeds met de eerste leemtetekeningen reeksen maakte, zette hij begin jaren 1960 een stap verder door het creëren van grote assemblages, waarbij meerdere ingelijste tekeningen, naast of boven elkaar geplaatst, als één geheel worden gepresenteerd. De kijker kan zo het hele visuele proces volgen. Met steeds grotere assemblages en werken tastte Seuphor de grenzen van de ruimte af.