close
1831—1905

Een praatje, 1887

olieverf
738 x 485 x 25 mm

De waardige gestalte van de menselijke figuur keert terug in het schilderij Een praatje. Net als in de historie schilderingen van vroeger plaatst Meunier zijn modellen helemaal op het voorplan. Het achterland is naargeestig: een schoorsteen braakt zwarte adem uit, een hoog houten kruis herinnert aan de dood die onophoudelijk wenkt, het laatste groen sterft onder de sintels. Maar op de puin van dit ontwrichte land schijnt de romance te bloeien tussen twee jonge mensen: de mijnwerker en de wagenvoerster. Er is hier een hang naar romantiek die stellig te maken heeft met de gevoelige levensopvatting waarin Meunier is opgegroeid. De houding van de mijnwerker heeft iets intens en gereserveerds tegelijk. Nu staat reeds ten volle de rijzige arbeidersheld uitgetekend zoals die korte tijd later in Meunier’s sculpturen als de Oostendse visser (1890) superieur terugkeert.

P.B.