close
1877—1943

Dorpsmeisje, 1930

olieverf
604 x 498 x 17 mm

Het intimistisch karakter van De Smets kunst treedt vooral naar buiten in de vele voorstellingen van jonge vrouwen en meisjes (Jonge Boerin, Dorpsvrouw, Het dorpsmeisje). Wat de vrouw bij deze kunstenaar ogenblikkelijk onderscheidt van haar vertolking door anderen, is een uitgesproken trek van ootmoed en eenvoud. Zo is er met de vrouwen in de schilderijen van bijvoorbeeld Renoir of Modigliani slechts een verwijderd verband. Bij De Smet ontdekt men geen spoor van vertwijfeld nihilisme waarmee tal van anderen, o.m. de Duitse expressionisten, de vrouw vaak hebben omsponnen. Het dichtst staat de vrouw van Gustave De Smet - althans wat haar gedrag betreft - bij de kunst van Matisse. Als in de werken van de Fransman handelt ze niet, verroert ze zich nauwelijks. Zwijgzaam is zij, omdat haar leven kennelijk maar weinig woorden vergt. Meestal is zij in dromerij gedompeld, in velerlei gedaantes: de volksvrouw, mijmerend in woon- of slaapkamer, met uitzicht op het erf of op het korenveld, gezeten achter een tafel met vruchten, het hoofd steunend in haar hand, de boerin voor een landelijk decor met eenvoudige, hoekige boerenhuizen in brede contouren. Mildheid en ingetogenheid omgeven de vrouwenfiguren van Gustave De Smet nog het meest. Raffinement en koketterie zijn deze roerloze, wachtende gestalten vreemd. In hun sobere, zuivere stijl harmoniëren zij met de kleine dingen van een schamel interieur, met de elementen van landschap of stad die men door het open raam kan waarnemen. Zeker is dat De Smet hier niet alleen het 'eeuwige vrouwelijke' een monument geeft, maar tevens een wezenlijk aspect van zijn eigen persoonlijkheid aanschouwelijk maakt. In zijn expressie van de vrouw schuilt iets van een houding die bron is van mildheid, van diepe ingetogen vreugde, van innerlijke grootheid.

P.B.